Huisvesting van duiven

Hokinrichting
De huisvesting van duiven is zeer rasgebonden. Zo stellen tuimelaars, hoogvliegers of postduiven totaal andere eisen dan grote zwaar beenbevederde kroppers, pauwstaarten of raadsheren. De binneninrichting van het hok, van de grootte van de broedhokken en/of broedschotels tot de vorm en grootte van de zitplankjes, is typisch voor bepaalde rassen en de meeste fokkers hebben hier zelf een eigen oplossing voor gevonden. Voor je met een bepaald ras begint, kan je dus best bij één of meerdere ervaren fokkers gaan kijken om te informeren waar je aandacht aan moet besteden bij het inrichten van het duivenhok.

Enkele dingen zijn echter algemeen voor alle duiven: het moet een droog en tochtvrij hok zijn dat voldoende frisse lucht en zonlicht binnen laat. Het beste is het hok met de uitvliegruimte georiënteerd naar het zuiden, zodat er voldoende zonlicht binnenschijnt. Een goede isolatie is eveneens aangewezen, vooral voor jonge duiven die nog niet voldoende ingepluimd zijn. Een warmer hok met voldoende zonlicht zet de duiven eerder aan tot paren en komt ook de resultaten ten goede.
Qua grootte kan er per koppel best minimum een vierkante meter ruimte voorzien zijn, maar ook hier geldt: hoe meer plaats, hoe beter. Overbevolkte, kleine hokken vragen meer onderhoud dan een ruim hok met lage bezetting en vaak heb je in deze laatste ook minder gezondheidsproblemen.

Het hok kan ofwel direct op de grond gebouwd zijn, met hierin een voldoende dikke betonnen vloer met een flinke laag wit zand, rijnzand of speciale bodembedekking uit de speciaalzaak, maar ook hooi of stro voldoen als bodembedekking.
Een hok kan ook op poten gebouwd worden, wat technisch moeilijker en duurder is, maar wat het voordeel biedt dat dit vaak warmer is, met alle positieve gevolgen van dien.

Uitvliegen
Het is belangrijk dat duiven regelmatig hun vleugels kunnen strekken. Dit komt de vitaliteit en (spier)conditie ten goede en heeft eveneens een positief effect op het paargedrag. Men kan kiezen tussen een uitvliegruimte enerzijds of vrij laten uitvliegen anderzijds.
Kiest men voor een uitvliegruimte, dan kan deze best naar het zuiden georiënteerd zijn, zoals hierboven al uitgelegd. Ook is het aangewezen om deze gedeeltelijk te overdekken, bij voorkeur met doorzichtige (golf)platen, zodat het voldoende licht in het hok blijft. Een voldoende grote uitvliegruimte van minimum 6 m2 is vereist.
Laat je de duiven vrij rondvliegen, dan moet je de duiven dit eerst leren. Zeker wanneer er nieuwe of jonge dieren op het hok zitten, kan je ze best eerst enkele weken in het hok opsluiten voor je ze vrij rond laat vliegen. Eens ze hun hok en hokgenoten kennen, kan je ze best in een kooi buiten plaatsen, zodat ze ook die omgeving leren kennen. Een keer de duiven uit eigen beweging binnen en buiten gevlogen zijn, is normaal gezien alles in orde. Vooral het fokseizoen is een ideaal moment om de dieren vrij te laten. Enerzijds zegt het feit dat de dieren eieren leggen voldoende over hoezeer ze zich thuis voelen in het hok. Anderzijds biedt het de dieren de kans om na een het urenlange broeden even de vleugels uit te slaan.
Belangrijk is wel dat je de dieren elke dag rond hetzelfde uur binnenroept om te komen eten, dit om de regelmaat in hun leven te bewaren. Die regelmaat zorgt er vooral tijdens het broedseizoen voor dat de dieren weten wanneer de partner op het nest afgelost moet worden. Het voordeel van vrij uitvliegen is dat de dieren meer bewegingsruimte hebben en zelf een gedeelte van hun eten bij mekaar kunnen zoeken. Anderzijds kan er al eens een duif ten prooi vallen aan een roofdier.

«  

mei

  »
m d w d v z z
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31
 
 
 
 
 

Volgende activiteiten

2 juni, 2017 - 19:30 - 22:00
17 juni, 2017 - 15:00 - 17:00
16 september, 2017 - 14:00 - 17 september, 2017 - 17:30
23 september, 2017 - 14:00 - 24 september, 2017 - 17:00
13 oktober, 2017 - 16:00 - 15 oktober, 2017 - 16:00