Voortplanting bij duiven

Koppelen
Duiven leven tijdens het fokseizoen leven in koppels. Helaas is de keuze van de doffer en duivin niet steeds in overeenstemming met die van de fokker. Het koppelen van de duiven vraagt dus voldoende kennis en geduld, maar is noodzakelijk om een geslaagd fokseizoen te hebben.

In het duivenhok zijn steeds een aantal broedhokken voorzien die voldoende groot moeten zijn voor het specifieke ras. Hou er bij het maken van de broedhokken rekening mee dat deze afsluitbaar moeten zijn om het koppelen te laten slagen. Het koppelen begint door de gewenste doffers op te sluiten in ‘hun’ broedhok, zodat ze dit leren kennen. Best doe je dit na het voederen, omdat de dieren dan rustiger zijn. De volgende dag laat je de doffers één voor één vrij om de vleugels te spreiden en vervolgens sluit je ze terug op. Diegene die hun hok reeds kennen, zullen zelf het juiste broedhok invliegen, de andere help je best een handje door hem iets voor de opening van het hok te houden en hem zelf te laten binnenvliegen. Oudere dieren zullen dit snel kennen, zeker wanneer ze hetzelfde broedhok toebedeeld gekregen hebben als het voorgaande fokseizoen. Na enkele dagen kennen alle doffers normaal gezien hun eigen broedhok.

Vervolgens is het de beurt aan de duivinnen. Je toont de juiste duivin aan de door u verkozen doffer. Deze zal beginnen baltsen van zodra hij haar ziet. Na enkele minuten laat je de duivin in het broedhok. Wanneer beide dieren in conditie en paarlustig zijn, zullen ze snel gekoppeld zijn en volgt al een eerste paring. Nadat alle koppels op deze manier gevormd zijn, laat je ze om beurten vrij om te eten en de vleugels te strekken om ze vervolgens terug op te sluiten. Na enkele dagen kan je enkele koppels gelijktijdig loslaten en nog enkele dagen later kunnen alle koppels samen los. Mocht er bij een bepaald koppel toch nog een probleem zijn, dan kan je deze best terug enkele dagen opsluiten tot ze hun plaats kennen. Het belangrijkste is om als fokker voldoende geduld te hebben, want een geslaagde koppeling verzekert nakomelingen van de gewenste combinaties.

Broeden en jongen
Wanneer het koppelen geslaagd is, kan het echte fokken beginnen. De paringsdaad zal bij de duivin een eisprong uitlokken, zodat ze iets meer dan een week later haar eerste ei zal leggen, meestal gevolgd door een tweede ei twee dagen later. Vervolgens beginnen de duiven te broeden, waarbij de duivin en doffer mekaar op vaste tijdstippen aflossen. Na 18 dagen komen de jongen dan uit het ei. Duivenjongen zijn nestblijvers en kunnen niet vliegen. Ze moeten dus geaasd worden, een taak die zowel de doffer als de duivin op zich nemen. De zogenaamde ‘kropmelk’ bestaat uit een intense vet- en eiwitopstapeling in de cellen van de krop die vervolgens afsterven en afschilferen. Verder bevat de kropmelk ook de nodige antistoffen om de jongen de eerste weken te beschermen. Na een kleine week worden er ook kleine zaadjes en granen mee geaasd en na een tweetal weken stopt de productie van kropmelk.

Spenen
Na drie tot vier weken worden de jongen gespeend van de ouders. Enkele dagen voor het spenen worden de ouderdieren in het broedhok gevoed, zodat de jonge duiven van de ouders kunnen leren hoe ze zelf moeten eten. Vervolgens worden de jonge duiven bij mekaar geplaatst in een apart hok voor gespeende duiven. Let er de eerste dagen op dat alle jongen voldoende eten. Jonge duiven zullen uit hun mengeling vooral de kleinere zaden pikken, waardoor hun opgenomen voeder niet voldoende uitgebalanceerd is. Voeder gerantsoeneerd zodat ze snel leren om ook de grotere zaden, granen en peulvruchten te eten.

m d w d v z z
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31
 
 
 
 

Volgende activiteiten

25 augustus, 2017 - 16:00 - 27 augustus, 2017 - 18:00
2 september, 2017 - 14:00 - 4 september, 2017 - 16:00
16 september, 2017 - 10:00 - 18:00
16 september, 2017 - 14:00 - 17 september, 2017 - 17:30
23 september, 2017 - 09:00 - 17:00