Voeding van konijnen

Het konijn heeft als planteneter een zeer specifieke verteringsstrategie. Wanneer een konijn eet, wordt het voeder eerst mechanisch verkleind door te kauwen, waarna het gedeeltelijk chemisch afgebroken wordt door de maag- en darmsappen. Vervolgens gaat het voeder naar de dunne darm, waar de verteerbare stoffen opgenomen worden. Een deel van de onverteerbare vezelfractie wordt daarna door specifieke darmbewegingen in de blinde darm (caecum) geduwd. Daar wordt deze fractie gefermenteerd met behulp van aanwezige bacteriën die o.a. cellulose afbreken. Vervolgens wordt deze brij samen met een groot deel bacteriën uit het caecum omgevormd tot voedzame mestpropjes die het konijn automatisch zal opzuigen, zonder dat deze aan de buitenlucht blootgesteld worden. Meestal vindt dit in de voormiddag plaats. Vervolgens passeert de voederbrij voor een tweede maal het verteringsstelsel van het konijn. De bacteriën die zich in deze mestpropjes bevinden worden nu verteerd en vormen een belangrijke bron van hoogwaardig eiwit.

Het verteringsproces van het konijn hangt dus grotendeels af van wat er in de blinde darm gebeurt. Deze “zak” die ongeveer 40 tot 60% van het verteringsstelsel uitmaakt, is gevuld met allemaal nuttige bacteriën. Om een goede vertering te hebben, is het belangrijk dat het bacterieel evenwicht in de blinde darm stabiel blijft. Bijgevolg is het dus aangeraden om het rantsoen van een konijn steeds stabiel te houden. Daarom ook dat nagenoeg alle fokkers samengestelde korrel voederen (zie: onze sponsors), omdat hier alle voedingsstoffen in zitten die het konijn nodig heeft. Hiervoor wordt ongeveer 30 gram korrel per kilo gegeven, al is deze hoeveelheid sterk afhankelijk van o.a. temperatuur, jongen voeden of niet, verharing... Iets groenvoer kan gegeven worden als snoepje, doch zeer beperkt. Let ook op wat je voedert: spinazie en sla kan diarree veroorzaken en kolen kunnen leiden tot gasvorming. Overschakelen van voeder moet steeds zeer geleidelijk gebeuren en bij de minste tekenen van verteringsproblemen moet men onmiddellijk terug overstappen naar het oude voederpatroon.

Het verteringsstelsel van het konijn heeft bovendien behoefte aan voldoende vezels. Deze vezels prikkelen de darm, zodat de vertering op gang gehouden wordt. Bij een tekort aan vezels, valt de vertering langzaam stil, met alle gevolgen van dien. Zorg er dus voor dat het konijn onbeperkte toegang heeft tot vezelrijke producten. Hiervoor kan men hooi geven, maar de meeste fokkers verkiezen tarwe- of gerststro, aangezien het meer vezel bevat en bovendien een stabielere voedingswaarde garandeert. Bij hooi varieert de voederwaarde afhankelijk van het seizoen. Zo bevat voorjaarshooi meer eiwit en energie, wat de vertering zou kunnen verstoren, terwijl najaarshooi kwalitatief overeenkomt met stro.

Naast ruwvoeder en korrel moet een konijn ook constant over vers proper drinkwater kunnen beschikking. Hiervoor zijn de typische drinknippels uitermate geschikt. Let op, bij verstopte nippel(s) begint het konijn aan de draad van zijn hok te likken.

m d w d v z z
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31
 
 
 
 

Volgende activiteiten

20 augustus, 2017 - 14:00 - 23:59
25 augustus, 2017 - 16:00 - 27 augustus, 2017 - 18:00
2 september, 2017 - 14:00 - 4 september, 2017 - 16:00
16 september, 2017 - 10:00 - 18:00
16 september, 2017 - 14:00 - 17 september, 2017 - 17:30