Voortplanting bij park- en watervogels

Algemeen
Net zoals bij hoenders kan men bij park- en watervogels zowel met natuurbroed als met de broedmachine fokken. Beide manieren hebben elk hun voor- en nadelen (zie voortplanting hoenders). Hoe dan ook is het veiliger om de eieren te rapen en pas in het nest te leggen wanneer het dier broeds is. Zo voorkom je dat de eieren te sterk bevuilen of breken. Parkvogels zullen een nest maken in een kuiltje in de grond, wat ze bekleden met stro, takjes, bladeren. Watervogels zullen dit nest eveneens bekleden met donsveren.

Voor u met de fok van park- en watervogels begint, moet men er rekening mee houden dat deze dieren zeer snel kunnen groeien. Vooral de grotere rassen of de soorten die grazen (ganzen, maar ook kalkoenen) hebben behoefte aan veel ruimte. Zorg ervoor dat u ook aan deze jonge dieren voldoende ruimte kan aanbieden. Geef ze een aangepaste opfokkorrel tijdens de eerste levensweken, zodat ze snel uitgroeien. Dit voorkomt latere afwijkingen en hoe sneller ze uitgroeien, hoe sneller u kan beslissen welke dieren u wenst aan te houden.

Wanneer u kiest om de dieren onder een warmtelamp op te fokken, hou er dan rekening mee dat jonge watervogels graag met water spelen. Op zeer korte tijd is de inhoud van de drinkbak verspreid over de bodembedekking. Buiten het feit dat deze natte bodembedekking alles behalve gunstig is voor een probleemloze opfok, zitten de dieren ook zonder drinkwater, wanneer u dit niet regelmatig controleert. Een bezoek aan een ervaren fokker is dus aangewezen om te zien hoe men dergelijke problemen in de praktijk best oplost.

Eenden
De meeste eendenrassen broeden vrij gemakkelijk, al kan het voor een aantal legrassen interessanter zijn om met de broedmachine of pleegmoeders te werken. De meeste eenden broeden op een nestje van 10 tot 12 eieren. Na 28 dagen komen de jonge diertjes uit het ei en gaan ze direct met de moeder op pad.

Eenden worden best per koppel gehouden. De woerd kan je herkennen aan enkele typisch gekrulde veren in de staart. Ook maken woerden en eenden een verschillend geluid: eenden kwaken hoger en meer 'klagend' dan een woerd.

Muskuseenden
Muskuseenden zijn uitstekende broedsters en worden om die reden vaak ingezet voor het uitbroeden van verschillende eendenrassen. De eend broedt op een nest van 8 tot 15 eieren of meer! Na 35 dagen komen de eendenkuikens uit het ei en gaan ze direct met de moeder op pad.
Muskuseenden kan men best per koppel of in kleine groepen houden. De woerd is veel groter dan de eenden en heeft een typische kop met meer wratten en een opvallende kuif.

Ganzen
De meeste ganzenrassen zijn uitstekende broedsters. De gans legt om de dag een ei en begint te broeden vanaf er 8 tot 12 eieren in het nest liggen. Na 31 tot 33 dagen komen de jonge gansjes uit het ei en zijn direct zelfstandig. Zowel de gans als de gent vertonen ouderzorg. Jonge ganzen groeien zeer snel. Verzeker u ervan dat u voldoende ruimte en groenvoer aan de jonge dieren kan aanbieden om ze probleemloos te kunnen opfokken.
De geslachtsbepaling (het zogenaamde 'sexen') bij ganzen gaat als volgt:door een licht druk uit te oefenen op de cloaca zal bij de gent een penis naar buiten gestulpt worden. Hoe ouder het dier, hoe groter deze penis.
Ganzen hou je het beste in paartjes in gescheiden rennen, aangezien de genten mekaar niet tolereren. Een gent kan soms met meerdere ganzen gehouden worden zonder problemen voor de bevruchting. Men moet er dan echter wel voor waken dat de ganzen niet op hetzelfde nest gaan broeden, aangezien dit slechts zelden tot goede uitkomstresultaten leidt.

Kalkoenen
Hoewel kalkoenhanen buiten het fokseizoen in zogenaamde 'hanengroepen' gehouden kunnen worden, moet men ze tijdens de fok in afzonderlijke rennen huisvesten om gevechten te voorkomen. Men kan een kalkoenhaan met meerdere hennen samenhouden, al kan dit soms voor problemen zorgen wanneer de kuikens uitkomen. Ook broeden sommige hennen samen, wat nadelig kan zijn voor de uitkomstresultaten.

Kalkoenen hebben een zeer uitgebreid paringsritueel. De haan loopt de hele dag te pronken met opgezette rugveren, gespreide staart en naar beneden gestrekte vleugels, waarbij hij sidderende lichaamsbewegingen maakt. De kopwratten zijn opgezwollen en de lel is volledig uitgezakt. Hierbij roepen de hanen zeer frequent met een typisch klokkend geluid. Wanneer een hen paarlustig is, zal ze voor de haan op de grond gaan zitten, waarna hij haar zal treden en bevruchting plaats heeft. Meestal is één paring voldoende voor een volledig bevrucht legsel, maar een hen zal zich meermaals laten treden. Vervolgens legt de hen om de dag een ei tot ze een groepje van 9 tot 12 eieren verzameld heeft. Vervolgens gaan ze 28 dagen broeden, waarna de kuikens uitkippen.

Hoewel deze diertjes volledig ingepluimd zijn en onafhankelijk lijken, zijn ze de eerste dagen vrij hulpeloos en hulpbehoevend. Wanneer deze lastige eerste dagen achter de rug zijn, gaan de jonge diertjes op verkenning. In tegenstelling tot kippenkuikens, blijven de jongen niet bij de moeder, maar gaan elk hun eigen weg. Zorg er dus voor dat de jongen goed beschermd zijn tegen mogelijke roofdieren en dat de jonge dieren niet door de omheining kunnen ontsnappen. Geef kalkoenkuikens steeds de juiste opfokkorrel om problemen met Blackhead te voorkomen.

Bij sommige zware rassen kan het zijn dat de haan de hennen sterk beschadigt op de rug. Hiervoor kan men specifieke beschermingszadels kopen, een harnasachtig iets dat op de rug van de hennen vastgemaakt wordt. Ook kan men overwegen om te werken met kunstmatige inseminatie. Ook bij lichtere rassen dient men regelmatig de hennen te controleren op vleeswonden.

Het geslachtsonderscheid bij kalkoenen is vrij duidelijk: hanen zijn groter dan hennen en hebben een borstkwast en sporen.

Parelhoenders
Parelhoenders zijn dieren die tijdens het voortplantingsseizoen koppels vormen, al kan men meerdere koppels of een haan met meerdere hennen bij mekaar houden. De hen legt 20 tot 30 relatief kleine eieren. Na een broedperiode van ongeveer 25 dagen komen de jongen uit.
Het geslachtsonderscheid bij parelhoenders is niet altijd gemakkelijk. In de regel zijn hennen iets groter en zwaarder dan hanen, hebben ze kleinere kopversierselen en zijn horizontaler van type. In de praktijk blijkt dit echter geen volledig sluitende methode. Het meest zekere is onderscheid op basis van het geluid dat ze maken, aangezien de roep van een haan en van een hen zeer sterk verschillend zijn.

m d w d v z z
 
 
 
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31
 
 
 
 
 
 

Volgende activiteiten

21 oktober, 2017 - 10:00 - 22 oktober, 2017 - 17:00
21 oktober, 2017 - 14:00 - 22 oktober, 2017 - 17:30
28 oktober, 2017 - 16:00 - 29 oktober, 2017 - 18:00
28 oktober, 2017 - 17:00 - 29 oktober, 2017 - 18:00
4 november, 2017 - 09:00 - 5 november, 2017 - 17:00